vrijdag 16 juni 2017

Auto-pech



Om 6u vertrekken we voor een ochtendwandeling in de hoop de Sitatunga-antilope te zien.  We vertrekken in het donker, en zelfs in de mist.  Geleidelijk aan hoor je de natuur wakker worden, de vogels beginnen te fluiten.  De Sitatunga is een heel schuchtere antilope, die zich schuilhoudt in het moeras en tussen de papyrus.  Na twee uur wandelen en zoeken, zien we ‘een glimp’ van het dier.


Maar al bij al was het een mooie wandeling.  Nu willen Roos en ik graag vertrekken want we snakken naar een potje koffie.

Helaas zullen we nog lang moeten wachten op dat potje koffie, want de auto valt in de panne.   Door de slechte staat van de baan, hebben stenen de onderkant van de auto beschadigd, en is er volgens Kato geen toevoer van benzine meer. Maar … waar vinden we hier een garage? Met de nodige onderdelen?  We zijn nog in het Park, maar gelukkig niet ver van de Gate.  Rondom ons zitten of staan Waterbucks rustig naar ons te kijken.  Kato gaat naar de Gate om te vragen of iemand kan helpen.  Niemand kan helaas helpen.  Maar ze zenden hem door naar een huis een beetje verder, de eigenaar heeft een eigen auto, misschien kan hij helpen.  En inderdaad, deze man verwijst hem door naar een mechanieker in het dorp, 3 kilometer verder.  Hij belt hem op, en een half uurtje later heeft die jonge gast het defecte onderdeel al gedemonteerd.  Maar nu … waar een nieuw onderdeel vinden.  Er wordt rondgebeld, en dan vertrekt de jonge mechanieker met de boda-boda naar een ander dorp om dit onderdeel te gaan afhalen.  Wij staan ondertussen nog altijd in het Park.  De oude man met de auto biedt aan om ons naar het dorp te voeren waar we iets kunnen drinken en eten.  Wat we uiteindelijk doen.  Hij brengt ons ‘heel traagjes’ naar het dorp.  Zet ons daar af, en laat zijn auto ook staan.  Wij gaan iets drinken, en zetten ons in de schaduw, in afwachting tot de jonge mechanieker terug komt.





Ondertussen, zien we de oude man, met een lege plastieken waterfles van 1,5l, naar de benzinetank lopen.  In dit gehucht, een klein dorpje, staat een benzinetank, ongelooflijk maar waar.  Om te kunnen tanken moet wel eerst de generator aangestoken worden.  De oude man tankt zijn fles vol, en keert terug naar zijn auto.  Hij giet de benzine in de auto, en dan … start hij zijn wagen opnieuw, en … rijdt hij naar de benzinetank, om verder bij te tanken.  Jaja, hij heeft ons dus met zijn laatste druppeltjes benzine naar hier gebracht, en hij is hier gestopt, en ’t was gedaan. En met het beetje geld dat wij hem gegeven hebben, is hij gaan tanken.  Zo zie je maar, de ene dienst is een andere waard.

Een tijdje later komt de jonge mechanieker terug, met (joepie) het nodige onderdeel.  Kato springt mee op de boda-boda, en zij gaan terug naar het Park om de auto te herstellen.  Met een retard van ongeveer 4uur, kunnen we eindelijk vertrekken.  Eerst een uureneenhalf slechte baan, en dan eindelijk goeie baan (Kato noemt dit de ‘highway’) en kunnen we doorrijden.  We gaan wel eerst nog lunchen in Mubende, ook al zegt Kato dat hij geen honger heeft (omwille van de stress).  Uiteindelijk doet de lunch ons allemaal deugd, en kunnen we doorrijden naar Entebbe, waar we pas om 20u aankomen in de Backpackers.  Eind goed al goed.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten